20-03-2026 Interview KinderopvangTotaal 10 jaar NYSA

Een samenvatting van het interview van Gabriëlla Wijnberg, bestuurslid Stichting Nysa, met Karen Broeren, redacteur KinderopvangTotaal.

10 jaar Nysa: ‘We hebben gastouders een stem gegeven’

Stichting Nysa bestaat tien jaar! Wat begon als een initiatief van drie gastouders die vonden dat hun stem ontbrak in het beleid, groeide uit tot een volwaardige brancheorganisatie voor zowel gastouders als gastouderbureaus. Wat is er in die tien jaar veranderd? Welke uitdagingen spelen er nú? En hoe kijkt Nysa naar de toekomst, met onder meer de stelselherziening en het dalend aantal gastouders?

Jij was er al vanaf de start van Nysa bij. Hoe begon het allemaal?

‘Ik was vanaf het begin betrokken, maar vooral achter de schermen. De echte stap naar een bestuursfunctie kwam tijdens corona. Toen moesten we veel vaker met het ministerie van SZW om tafel en werd het bestuur uitgebreid. Maar aan de basis — de oprichting door drie gastouders —heb ik meegeholpen.’

Waarom vonden deze gastouders dat een brancheorganisatie nodig was?

‘Tien jaar geleden werd er veel óver gastouders gesproken, maar nauwelijks mét hen. Gastouders zaten niet aan tafel bij gesprekken over beleid, kwaliteit of toezicht. Soms zaten zelfs de gastouderbureaus er niet. Er bestonden veel vooroordelen: bijvoorbeeld dat gastouders “oppassers” zijn. De oprichters zagen dat het anders moest. Gastouders zijn zelfstandige professionals en wilden ook zo gezien worden.’

Wat heeft Nysa in die tien jaar kunnen veranderen?

‘We hebben gastouders zichtbaarder gemaakt en hun stem op de agenda gekregen. Vijf jaar na de oprichting werden we erkend als sectorpartij. Dat was een doorbraak: eindelijk zaten we bij het ministerie aan tafel. Inmiddels nemen we deel aan vrijwel alle werkgroepen die over gastouderopvang gaan. In tien jaar zijn we van vijftien gastouders naar ongeveer 500 gastouders en 30 gastouderbureaus gegroeid.’

Jullie vertegenwoordigen zowel gastouders als bureaus. Was dat vanaf het begin zo?

‘Nee. In het begin waren we er alleen voor gastouders. Later vroegen ook bureaus of ze zich konden aansluiten, omdat zij zich herkenden in het geluid dat wij lieten horen. Daarom hebben we een partnerstructuur ontwikkeld.’

Wat doen jullie concreet voor de sector?

‘In de eerste jaren lag de nadruk op zichtbaar worden: op beurzen staan, inspiratiedagen organiseren, contact zoeken met ministeries. Nu richten we ons vooral op belangenbehartiging, beeldvorming en het bestrijden van vooroordelen. Daarnaast zorgen we dat gastouders geïnformeerd worden, bijvoorbeeld over veranderingen in wetgeving of veiligheidseisen.’

Professionalisering is een thema dat steeds terugkomt. Hoe heeft dat zich ontwikkeld?

‘In de afgelopen tien jaar zijn gastouders veel professioneler geworden: zakelijker, zichtbaarder en ze investeren meer in hun ontwikkeling. Ook durven ze sneller om hulp te vragen als ze ergens meezitten. Daarnaast zie ik dat ze anders naar zichzelf zijn gaan kijken. Tien jaar geleden noemden veel gastouders zichzelf oppas; nu spreken ze elkaar erop aan als iemand dat nog zegt. Ze zijn trots op hun vak.’

Toch is het aantal gastouders hard gedaald. Hoe kan dat?

‘In 2012 hadden we er 50.000, nu ongeveer 12.000. Dat komt door verschillende factoren: vergrijzing, pensioen, lage verdiensten, strenge of onduidelijke regels en soms gewoon te veel gedoe. Denk aan de huurwoningproblematiek of aan situaties zoals de speeltoestellen-discussie en het veilig-slapen-protocol. Iedere keer komt er wéér iets bij. Voor gastouders die al op het randje zitten, kan dat de druppel zijn.’

Soms lijkt het alsof gastouders worden “weggepest” door regelgeving. Herken jij dat gevoel?

‘Ik snap dat gastouders dat soms zo ervaren. Maar ik zie wel dat het ministerie gastouderopvang steeds serieuzer neemt. Tegelijkertijd merk je dat de sector nog vaak vergeten wordt: eerst gaat het over kinderopvang, en dan volgt “oh ja, en gastouderopvang”. Wij proberen dat te veranderen door steeds alert te zijn op beleid dat óók invloed heeft op ons, zelfs vanuit andere ministeries.’

Hoe zie je de toekomst van de gastouderopvang als geheel?

‘We zullen nooit meer naar 50.000 gastouders gaan, maar gastouderopvang blijft nodig. Voor kinderen die gebaat zijn bij rust en één vast gezicht en voor (alleenstaande) ouders met onregelmatige diensten. Niet ieder kind gedijt in een standaard kinderdagverblijf, en dat is ook helemaal niet erg. Ieder kind moet kunnen ontwikkelen in zijn eigen tempo. Zichtbaarheid en beeldvorming blijven belangrijk. Daarnaast moeten we actief blijven bij wetgeving, vooral nu met de stelselherziening. We willen dat de relatie tussen gastouder en bureau gelijkwaardig blijft en dat er geen beleid komt dat de sector verder verkleint. Tegelijkertijd willen we nieuwe gastouders aantrekken; de uitstroom is groot. En ja, de verdiensten moeten echt beter, dus een hogere maximale uurprijs. Gastouders cijferen zichzelf vaak weg uit betrokkenheid bij gezinnen. Dat is mooi, maar het mag niet ten koste gaan van hun bestaanszekerheid.’

Dit jaar vieren jullie het tienjarig bestaan tijdens jullie jaarlijkse Vakinspiratiedag op 19 september in Duivendrecht. Wat kunnen bezoekers verwachten?

‘Dit jaar wordt de Vakinspiratiedag echt een feestje: we hebben plenair sprekers in de ochtend, daarna een lekkere lunch en ’s middags bieden we allerlei leuke activiteiten: muziek, feestelijke elementen en gastouders kunnen een professionele foto van zichzelf laten maken. Het is voor veel gastouders een uitje: sommigen komen helemaal vanuit Limburg en maken er een heel weekend van. Achter de schermen is het veel werk – alles wordt georganiseerd door vrijwilligers – maar het is elk jaar weer een prachtige dag.’

Tot slot: jouw persoonlijke wens voor de komende tien jaar?

‘Dat de gastouderopvang als volwaardig wordt gezien, zonder vooroordelen. Dat er een goede, stabiele basis komt in wetgeving waardoor het vak toekomstbestendig wordt. En dat gastouders trots blijven op hun vak. Wij gaan in elk geval door – stap voor stap – op naar de volgende tien jaar.

Het hele interview kan je hier lezen.