Zorgen over onafhankelijkheid en handhaving rond nieuw Protocol Veilig Slapen voor gastouderopvang
Wie bepaalt wat veilig is in de gastouderopvang – en wie controleert vervolgens of diezelfde norm wordt nageleefd? Rond het nieuwe Protocol Veilig Slapen in de Gastouderopvang bestaan zorgen over de onderbouwing van onderdelen van het protocol en over de scheiding tussen advisering, normontwikkeling en toezicht.
Veilig slapen van baby’s staat niet ter discussie. Gastouders en gastouderbureaus dragen een grote verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van jonge kinderen. Juist daarom moeten richtlijnen, die in de praktijk zwaar kunnen meewegen, zorgvuldig onderbouwd, transparant en onafhankelijk tot stand komen.
Het nieuwe Protocol Veilig Slapen in de Gastouderopvang van VeiligheidNL, versie maart 2026, bevat op verschillende punten concretere of verdergaande aanwijzingen voor gastouders. Het protocol vermeldt zelf dat het is opgesteld door deskundigen uit verschillende disciplines, gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten en praktijkervaring en in lijn is met de landelijke richtlijn Preventie Wiegendood.
Tegelijkertijd laat het protocol ruimte voor maatwerk. Gastouderbureaus kunnen het protocol opnemen in hun veiligheids- en gezondheidsbeleid, waarna een gastouder een vertaling kan maken naar een werkwijze die past binnen de eigen opvang.
Van advies naar feitelijke norm?
Dit is een belangrijk vraagstuk. Uit (concept-) inspectierapporten komt naar voren dat de toezichthouder het Protocol Veilig Slapen van VeiligheidNL als bron gebruikt bij de beoordeling van het beleid van gastouderbureaus. Daarbij wordt het protocol omschreven als een adviesrichtlijn.
Maar uit dezelfde (concept-) inspectierapporten blijkt ook dat wanneer een protocol van een gastouderbureau volgens de toezichthouder onvoldoende of niet de juiste richtlijnen bevat, dit kan leiden tot het oordeel dat het gevoerde beleid onvoldoende bijdraagt aan het waarborgen van de veiligheid en gezondheid van kinderen – en vervolgens tot een advies tot handhaven.
Daarmee ontstaat de vraag hoeveel ruimte er in de praktijk werkelijk overblijft om gemotiveerd van de adviesrichtlijn af te wijken.
Zorg over scheiding van rollen
Een tweede punt betreft de onafhankelijkheid en scheiding van verantwoordelijkheden. Volgens achterliggende informatie was de GGD vertegenwoordigd in de werkgroep rond het inhoudelijk vaststellen van het protocol.
Wanneer vanuit de toezichthoudende praktijk wordt meegewerkt aan de ontwikkeling van een adviesrichtlijn, terwijl diezelfde richtlijn later door toezichthouders als inhoudelijke bron wordt gebruikt en afwijkingen uiteindelijk kunnen meewegen in een handhavingstraject, ontstaat volgens ons een principiële vraag.
Het risico bestaat namelijk dat een adviesrichtlijn in de praktijk steeds meer het karakter krijgt van een handhaafbare norm, zonder dat voor iedere afzonderlijke bepaling duidelijk is of deze rechtstreeks uit wet- en regelgeving voortvloeit.
Onze zorg richt zich daarom nadrukkelijk niet tegen toezicht op veilig slapen. De vraag is of er voldoende afstand bestaat tussen het mede vormgeven van een adviesnorm en het vervolgens gebruiken van diezelfde norm als toetsingskader voor toezicht en handhaving.
Ook vragen over de feitelijke onderbouwing
Daar komt bij dat discussie bestaat over een belangrijke aanleiding voor de aangescherpte aandacht voor wiegendood. Wij hebben diverse keren onze zorgen geuit over de cijfermatige onderbouwing van het gepresenteerde feit dat het aantal gevallen van wiegendood de laatste jaren significant is gestegen.
Die zorg kreeg extra gewicht door onderzoek van journalist Sanne Blauw voor De Correspondent. Daaruit blijkt dat bij een aanzienlijk deel van de als wiegendood geregistreerde gevallen in recente jaren het doodsoorzaakformulier ontbrak. Volgens het artikel ging het om 14 van de 36 geregistreerde gevallen in 2022, 19 van de 41 in 2023 en 21 van de 35 in 2024.
Wanneer de gevallen zonder doodsoorzaakformulier buiten beschouwing worden gelaten, komt het artikel voor deze jaren uit op respectievelijk 22, 22 en 14 gevallen. De conclusie van het artikel is daarom dat de beschikbare cijfers geen bewijs leveren voor een stijging ten opzichte van eerdere jaren.
Dat betekent niet dat preventie minder belangrijk is. Iedere onverwachte dood van een baby is ingrijpend en het beperken van risico’s blijft essentieel. Het betekent wél dat vergaande maatregelen voor de praktijk zorgvuldig moeten worden onderscheiden naar de kracht van hun onderbouwing.
Oproep tot transparantie en duidelijke rolverdeling
Wij pleiten daarom voor transparantie. Voor gastouders, gastouderbureaus én toezichthouders moet duidelijk zijn:
- welke onderdelen van het protocol rechtstreeks voortvloeien uit wet- en regelgeving;
- welke maatregelen steunen op overtuigend wetenschappelijk bewijs;
- welke maatregelen vooral het karakter hebben van een voorzorgsadvies;
- welke ruimte bestaat voor een professioneel en gemotiveerd alternatief;
- en hoe wordt voorkomen dat betrokkenheid bij de ontwikkeling van een richtlijn en het latere toezicht daarop onvoldoende van elkaar worden gescheiden.
Veiligheid is te belangrijk om hierover onduidelijkheid te laten bestaan. Een goed protocol moet niet alleen bijdragen aan veilig slapen, maar moet voor de mensen die ermee moeten werken ook wetenschappelijk navolgbaar, praktisch uitvoerbaar en juridisch helder zijn.
De discussie gaat daarom niet over de vraag óf baby’s in de gastouderopvang zo veilig mogelijk moeten slapen. Daarover bestaat geen verschil van mening.
De discussie gaat over iets anders: wie bepaalt de norm, waarop is die norm gebaseerd en wie ziet vervolgens onafhankelijk toe op de naleving ervan?