Afgelopen week hebben wij diverse meldingen ontvangen van gastouders en gastouderbureaus over het feit dat in sommige regio’s de betreffende GGD graag ziet dat een gastouder verplicht 3 liter water in huis op voorraad heeft. Hierbij wordt verwezen naar de mogelijkheid dat er geen water uit de kraan kan komen.
Gastouderbureaus hebben het verzoek gehad om dit in de RIE op te nemen waarbij het dus mogelijk is dat de GGD bij de gastouder de watervoorraad kan controleren.
Het bovenstaande lijkt te verwijzen naar de brochure over maatschappelijke weerbaarheid welke iedereen dit voorjaar in de brievenbus heeft ontvangen.
Is het verstandig om water op voorraad te hebben indien er zich iets voordoet? Wij zijn van mening dat het een goede zaak is dat een gastouder hierover nadenkt, zich hiervan bewust is en voor haarzelf kijkt op welke manier ze dit eventueel kan oppakken.
Vinden wij het noodzakelijk dat dit verplicht in een RIE wordt opgenomen en dat de GGD de watervoorraad kan controleren en hierop ook kan handhaven? Nee, wij zijn van mening dat dit niet zomaar kan en dat het ook niet wenselijk is om dit onderwerp op deze manier aan te pakken (dwang en handhaving). Dit ondermijnt het vertrouwen en komt de draagkracht niet ten goede.
NYSA is van mening dat de betreffende GGD-regio’s een andere manier van benadering dienen te overwegen. Namelijk de manier van voorlichting geven en informatie verstrekken aan gastouders en gastouderbureaus. Zodat er meer bewustwording ontstaat en men hier zelf over kan nadenken. Toezicht dient gebaseerd te zijn op vertrouwen in elkaar en dat ontbreekt hier.
Allereerst lijkt het nu dat de GGD het gastouderbureau verzoekt om, zonder wettelijke grond, zaken op te nemen in een RIE. Dit gebeurt niet landelijk in het kader van het traject maatschappelijke weerbaarheid (NYSA zit hier aan tafel namens de gastouderopvang) maar lokaal waarbij er dus wederom verschillen per GGD zijn over de invulling van het toezicht. Dat is juist iets waarvan de overheid aangegeven heeft dit niet wenselijk te achten.
Indien het gastouderbureau aan dit verzoek gehoor geeft en dit opneemt in de RIE komt het erop neer dat het gastouderbureau de gastouder verplicht om hier gehoor aan te geven. Juridische gezien komen we dan weer in het gebied terecht wat gaat over de schijnzelfstandigheid. Het neigt naar een gezagsverhouding.
Daarnaast heeft het precedentwerking als het ene gastouderbureau hieraan mee werkt en het andere gastouderbureau niet.
NYSA wil gastouderbureaus dan ook adviseren hier niet aan mee te werken.
NYSA ziet graag dat dit eerst op landelijk niveau in het kader van de maatschappelijke weerbaarheid verder besproken wordt en dat er vervolgens gewerkt wordt aan informatieverstrekking richting gastouders om na te gaan welke maatregelen gastouders kunnen nemen in het kader van een calamiteit. Het gastouderbureau kan de gastouder hierbij dan ondersteunen en begeleiden. De gastouder is namelijk een zelfstandig werkende professional.
NYSA is wel van mening dat een gastouder een begin kan maken met het nadenken over het eventueel hebben van een noodpakket in het geval van een calamiteit. Denk na over hoe ouders bereikbaar zijn als de telefoon het niet doet, wat spreek je dan van te voren af? Ook een eventuele voorraad water kan hier onderdeel van zijn, maar dit is geen wettelijke verplichting waarop een GGD kan handhaven.
Het is zaak dat we samen nadenken hoe we, op basis van vertrouwen in elkaar, dit soort zaken kunnen oppakken waarbij ieders zelfstandige rol behouden blijft en er ook draagkracht blijft bestaan om met dit onderwerp aan de slag te gaan.